Voeding & Energie

Waarom steeds meer sporters ziek worden van hun supplementen

· 5 min leestijd

In 2016 meldde 5 procent van de wekelijkse sporters gezondheidsklachten door prestatieverhogende middelen. In 2024 was dat gestegen naar 15 procent. Drie keer zoveel in acht jaar tijd. Dat blijkt uit onderzoek van het RIVM onder sporters van 15 jaar en ouder. Het gaat niet om illegale dopingmiddelen, maar gewoon om de potten creatine, pre-workout en eiwitpoeders die bij de sportschool in de schappen staan.

Van 5 naar 15 procent in acht jaar tijd

De RIVM-cijfers zijn veelzeggend. Niet alleen het aantal klachten steeg, ook de ernst ervan. Van alle sporters die klachten kregen, zocht 20 procent medische hulp. Dat zijn geen kleine ongemakjes. De meest gemelde problemen zijn hoofdpijn, een verhoogde hartslag, hoge bloeddruk, rusteloosheid en slaapproblemen.

Kijk specifiek naar pre- en post-workout producten, dan liggen de percentages nog hoger: 40 tot 47 procent van de gebruikers rapporteerde klachten. De voornaamste oorzaak bij deze producten is een overdosis cafeïne.

Pre-workout als grootste boosdoener

Pre-workout is voor veel sporters een vaste gewoonte geworden. Een schepje in je bidon, een half uur wachten, en dan aan. Maar veel van deze producten bevatten aanzienlijk meer cafeïne dan een kop koffie, soms meer dan 300 milligram per portie. Gecombineerd met de koffie die je eerder op de dag dronk, telt dat snel op.

Cafeïne is overigens niet het enige risico. Veel pre-workout formules bevatten ook bèta-alanine, synefrine en soms stoffen die in Nederland niet zijn toegestaan in voedingssupplementen. De wetgeving rond sportvoeding is losser dan die voor medicijnen. Fabrikanten ontkomen vaker aan scherpe controle, en etiketten zijn niet altijd volledig.

Wil je weten hoe voeding je energieniveau op een fundamenteler niveau stuurt? Lees ook hoe suiker precies met je energieniveau omgaat.

Creatine: effectief voor velen, nutteloos voor anderen

Creatine is het best onderzochte supplement op de markt. De wetenschappelijke consensus is duidelijk: voor krachtsporters en sprinters levert het een bescheiden maar meetbaar voordeel op in spierkracht en spiermassa. Je lichaam maakt creatine zelf aan in de lever en nieren, en slaat het op als creatinefosfaat in de spieren. Een snelle energiereserve voor explosieve inspanning.

Maar dat woord "bescheiden" is belangrijk. Zo'n 30 procent van de gebruikers merkt helemaal geen verschil. Dat heeft te maken met genetische variatie: wie al van nature veel creatinefosfaat in de spieren heeft opgeslagen, profiteert nauwelijks van extra inname. Voor duursporten zoals hardlopen en fietsen is het wetenschappelijk bewijs bovendien zwak. Toch nemen veel recreatieve sporters in die categorieën ook creatine, gevoed door marketing en gym-adviezen.

De aanbevolen dagelijkse dosering is 3 tot 5 gram. Een snellere route is de laadfase: 20 tot 25 gram per dag gedurende vijf tot zeven dagen, daarna een onderhoudsdosis. Beide methoden leiden uiteindelijk tot vergelijkbare resultaten.

Wie loopt het meeste risico?

Jonge mannen tussen de 15 en 34 jaar vormen de grootste gebruikersgroep. Ze sporten bij de sportschool, volgen veel fitnesscontent en zijn gevoeliger voor de boodschap dat supplementen noodzakelijk zijn om resultaten te boeken. Krachtsporters en voetballers gebruiken vaker supplementen dan andere sporters.

Daarin schuilt een probleem: de markt speelt in op dat gevoel. Veel producten suggereren via hun marketing dat vooruitgang uitblijft zonder supplementen, terwijl wetenschappelijk bewijs voor die claim bij de meeste producten ontbreekt. Omdat supplementen vrij verkrijgbaar zijn, zonder voorschrift of medisch advies, wordt de dosering zelden professioneel afgestemd op de persoon.

Wie al gevoelig is voor hoge bloeddruk of hartritmeproblemen, loopt extra risico bij producten met hoge cafeïnegehaltes. Slaapproblemen zijn een tweede signaal: wie na pre-workout 's nachts wakker ligt, merkt dat zijn lichaam de hoeveelheid cafeïne niet goed verwerkt.

Wat een goed basisdieet je vervangt

Veel klachten en veel kosten zijn te vermijden als de gewone voeding op orde is. Wie dagelijks voldoende eiwitten binnenkrijgt via vlees, vis, peulvruchten of zuivel, heeft in de meeste gevallen geen eiwitpoeder nodig. Voor krachttraining geldt een richtlijn van 1,2 tot 2 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht per dag. Dat is voor de meeste mensen te halen zonder poeder.

Lees ook hoe de nieuwe Schijf van Vijf jouw sportvoeding verandert: die heeft inmiddels ook specifieke richtlijnen voor sporters.

Creatine is een van de weinige supplementen waarbij de normale voeding de gewenste hoeveelheid moeilijk bereikt, zeker voor vegetariërs en veganisten die van nature lagere creatinespiegels in de spieren hebben. Maar ook dan geldt: voor de meeste recreatieve sporters is het een nice-to-have, geen noodzaak.

Wanneer een supplement helpt en wanneer niet

De RIVM-cijfers laten zien dat de supplementencultuur in de Nederlandse sportsector steviger verankerd is dan de wetenschap rechtvaardigt. Dat betekent niet dat supplementen per definitie slecht zijn, maar wel dat een kritische blik zinvol is.

Gebruik je pre-workout? Kijk op het etiket hoeveel cafeïne er per portie inzit en tel daarbij je dagelijkse koffie-inname op. Overweeg je creatine? Weet dan dat de werking bescheiden is en bij 30 procent van de gebruikers uitblijft. En ervaar je klachten, zoek dan medische hulp. Van alle sporters die klachten meldden, deed 80 procent dat niet. Klachten kunnen een signaal zijn van een dosering die simpelweg niet past bij jouw lichaam.

Meer lezen over de risico's? De analyse van Voeding & Visie bespreekt het volledige RIVM-onderzoek.

T
Geschreven door Twan Hermans Sport redacteur

Twan schrijft over sport en training vanuit zijn dagelijkse werk als sportfysiotherapeut. Elke dag behandelt hij mensen die te hard, te snel of te onvoorbereid zijn begonnen, en die ervaring vormt zijn schrijfstijl: geduldig, onderbouwd en altijd gericht op de lange termijn. Zijn artikelen zijn de handleiding die bij je lichaam hoort maar die je nooit hebt gekregen. Hij vindt dat het beste trainingsadvies niet gaat over hoe je sneller wordt, maar over hoe je over tien jaar nog steeds kunt bewegen zonder pijn.